Doelpalen – een doelpunt is drinken!

Alle spellen | Alle bierspellen | Alle kaartspellen

 

Elke speler heeft 2 kaarten voor zich liggen, zijn doelpalen. In het midden ligt een volledige stok kaarten (dicht), waar elke beurt 1 van wordt omgedraaid. Valt de kaart tussen jouw palen, dan is het een goal en moet je een slok bier nemen. Komt de bal ‘op de paal’, dan moet je 2 slokken nemen.

 

Voorbereiding

  • Zorg dat er genoeg bier is
  • Iedereen heeft een flesje bier voor zich staan
  • Schudt het 1e stok kaarten en leg deze ‘dicht’ op tafel.
  • Haal de azen en 2-en uit het 2e stok kaarten en de kaarten. Deel elke speler 2 kaarten. Deze moeten open voor elke speler op tafel gelegd worden.

 

Spelregels Doelpalen

  • De kaart volgorde is 3, 4, 5….10, Boer, Vrouw, Koning
  • Om de beurt draait een speler een kaart van de ‘dichte’ stok om
  • Vervolgens wordt er gekeken bij welke speler deze kaart
    • Naast zijn/haar doel gaat = niet drinken
    • In zijn/haar doel gaat = 1 slok bier
    • Op een paal van zijn/haar doel gaat = 2 slokken bier
    • Op beide palen van zijn/haar doel gaat = 4 slokken bier
  • Als er een Aas of een Twee wordt gedraaid, gelden andere regels:
    • Aas = Iedereen zijn linker kaart (paal) doorschuiven naar links
    • Twee = Iedereen zijn rechter kaart (paal) doorschuiven naar rechts

 

Voorbeeld

Maarten, Bouke, Jos en Edgar spelen doelpalen, de kaarten zijn als volgt verdeeld:

  • Maarten: 4 en 8
  • Bouke: Vrouw en 10
  • Jos: Boer en Boer
  • Edgar: 3 en Koning

 

De eerste ronde wordt een Boer gedraaid van de ‘dichte’ stok, dit betekent:

  • Maarten: Naast, dus niet drinken
  • Bouke: Doelpunt, dus 1 slok drinken
  • Jos: Op beide palen, dus 4 slokken drinken
  • Edgar: Doelpunt, dus 1 slok drinken

 

De tweede ronde wordt een Aas gedraaid, dus iedereen schuift zijn linkerkaart door. Dit betekent:

  • Maarten: 8 en Vrouw
  • Bouke: 10 en Boer
  • Jos: Boer en Koning
  • Edgar: Koning en 4

Etc.